/ Groenten / Uien

Uien


ZAAIEN


PLANTEN


PLANTAFSTAND


TUSSEN RIJEN


OOGSTEN

Januari - april
Maart
5-15 cm
25-30 cm
Juni - september
Uien (Allium Cepa) zijn relatief makkelijk te telen en vragen weinig aandacht.

Zaaien van uien

Zaaien van uien vergt wat ervaring en experimenteren. Om grote uien te krijgen zaai je in Januari/februari onder glas of binnenshuis bij een temperatuur van 10-16 graden. Vul potjes een zaaibakje met zaaigrond en druk de grond licht aan. Leg de zaadjes met ruime tussenafstand op de grond en bedek de zaden licht met zaaigrond zodat ze net niet meer zichtbaar zijn. Bevochtig indien nodig de zaaigrond met een vernevelaar. Als je gebruik maakt van kleine potjes of modulen zaai je 5-6 zaden per module. Zet de zaaibakjes na opkomst op een koele en lichte plaats. Plant de zaailingen uit als ze 15 cm hoog zijn als het weer dat toelaat. De plantafsand tussen de plantjes is zo’n 10 cm of 25 cm tussen de modulen. Hard de plantjes goed af (wiki: afharden) omdat anders door de schok bij uitplanten de uien sneller doorschieten.
Vanaf maart tot april kun je direct in de volle grond zaaien (oogst in augustus / september). Trek een ondiepe zaaigeul van zo’n 1-1,5 cm diepte en leg elke 2 cm een zaadje. De afstand tussen de zaaigeulen bedraagt ongeveer 25 cm. Bedek het zaaigeultje met goed verkruimelde tuingrond of gebruik een laagje fijne potgrond. Druk de grond aan zodat deze contact maakt met de zaden. Indien nodig geef je water via een broes. Uien van 7 cm vinden wij zelf een mooi formaat (reguliere plantafstand van 10 cm). Dun de plantjes na opkomst uit op 10 cm tussen de uien, de uitgedunde plantjes kunnen gegeten worden als bosui. Andere mogelijkheden zijn -na uitdunnen van de ontkiemde zaden- 4 cm voor gemiddeld grote uien en 5-12 cm voor grote uien. Dichter op elkaar planten zorgt bijna altijd voor kleinere uien.

Bemesten van uien

Uien verdragen geen verse bemesting en ook halfverteerd kan dit tot problemen leiden. Hierdoor werk je voor ui gevaarlijke schimmels en de uienvlieg (wiki: uienvlieg) aan. Werk bij voorkeur in de herfst / najaar veel stalmest onder. Geef een bemesting met een hoog kalium gehalte zoals houtasse of patentkali. Uien hebben weinig stikstof nodig omdat ze anders meer blad en minder ui vormen. Geef tijdens de teelt geen mest meer!

Verzorging van uien

Onkruid wieden is noodzakelijk, zie hieronder bij uien en daglicht. Uien wortelen oppervlakkig, wees dus voorzichtig met schoffelen en harken. Gieten of sproeien van water is af te raden.

Winteruien planten

Zie wiki: winteruien planten

Planten van uien

Plantuien worden vanaf eind februari en voornamelijk in maart geplant. De oogst valt in juli / augustus. Het puntje moet net boven de grond uitkomen. Druk het plantuitje gewoon de grond in. Uien van 7 cm vinden wij zelf een mooi formaat, de plantafstand tussen de uitjes bedraagt dan ongeveer 10 cm. Andere mogelijkheden zijn 4 cm voor gemiddeld grote uien en 5-12 cm voor grote uien. Dichter op elkaar planten zorgt bijna altijd voor kleinere uien. De afstand tussen de rijen bedraagt 25 cm. Om zelf plantuitjes te kweken kijk je op wiki: Plantuitjes kweken

Oogsten van uien

Wacht voor bewaaruien tot de bladeren van nature zijn afgestorven. Plantuien kunnen eerder geoogst worden dan zaaiuien, zie bij zaaien. Het met de hand platdrukken is niet aan te raden. Voor de bewaarbaarheid is het beter om te oogsten als het loof gevallen is en het voor 50/80 % (2/3e) aan het afsterven is. Vroeger oogsten geeft opbrengstverlies doordat de uien nog groeien nadat het loof gaat liggen en afsterven. Laat ze nog zo’n tien dagen drogen in de zon. De huid en de bladeren moeten geheel droog zijn voor de uien bewaard kunnen worden. Bewaar bij een temperatuur van 0-7 graden en een luchtvochtigheid onder de 40%
Eerder oogsten is alleen aan te raden bij vers gebruik of bij een schimmelaantasting. Oogst voor vers gebruik is niet gebonden aan een periode. Daarnaast kunnen de groene bladeren van jonge plantjes en uitdunsel gebruik worden als bosui. Doorgeschoten uien zijn niet te bewaren en kunnen in een vroeg stadia wel vers gebruikt worden.

Ziekten en plagen

Zie Overzicht ziekten, plagen en gebreken bij aliums (ui, prei, knoflook, etc).

Achtergrondinformatie

Uien en daglicht

Hoe meer ruimte uien hebben om te groeien hoe meer voedingstoffen en water ze op kunnen nemen. Maar dat is niet de enige sleutel tot succes. Uien dicht op elkaar geplant, op een schaduwrijke plek of omgeven met onkruid ontvangen minder licht. Uien zijn gevoelig voor licht: bij een tekort aan licht gaat de ui zich meer richten op het afronden van de groei (en de vorming van de bloemstengel). Daardoor wordt de ontwikkeling van de groei van de ui zelf afgeremd en wordt deze niet zo groot. Uien geplant op een schaduwrijke plaats of met veel onkruid blijven kleiner. Uien groeien voornamelijk op de langste dagen, dat is ook de reden dat in het voorjaar en de winter niet groeien. Het aantal bladeren en de grote van de bladeren zijn ook belangrijk voor de groei, daarom zaai je het liefst in januari binnen voor.

Zaaien of planten?

We raden aan om pootuitjes te gebruiken in plaats uien te zaaien. Zaad is goedkoop, er is meer keus in soorten en de uitgedunde plantjes kunnen in salade verwerkt worden. Nadelen van zaaien zijn een moeilijke opkweek door een traag en kwetsbaar kiemstadium. Daarnaast hebben uien een lang groeiseizoen nodig om mooie uien te ontwikkelen.
Plantuitjes daarentegen hebben een voorsprong. Ze zijn makkelijk te planten en de plantafstand is goed en efficiënt in te delen. Nadelen zijn de beperkte keus aan soorten, de prijs tov een zakje zaad en de gevoeligheid voor doorschieten.
0 POST COMMENT
Rate this article
Rate this post

Send Us A Message Here

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

zestien − veertien =